zondag 28 februari 2010

museaal!

De afgelopen week heb ik er over nagedacht: Wat maakt een portretfoto museaal? Die vraag heb ik in eerste instantie teruggebracht tot: Wat bepaalt het karakter van een portretfoto?
De keuze van de camera (spiegelreflex, middenformaat of technische camera), de lens, de kadrering, het licht (flits of daglicht) scherptediepte, de achtergrond, de houding en blik van het model, het moment en tenslotte de kwaliteit van de afdruk. Maar om de foto's van Struth en Goslinga maar weer als voorbeeld te nemen: Ik geloof niet wanneer je als willekeurige fotograaf de vermelde 'harde' kenmerken van de foto's van die fotografen zou nadoen, je automatisch de museale kwaliteit krijgt. Vergeet het. Daar is meer voor nodig, namelijk de interactie tussen model en fotograaf.
Ik denk dat het museale karakter voor het grootste deel deel daardoor bepaald wordt. Wat over de portretten van Struth werd geschreven, vind ik treffend (maar een beetje hoogdravend) weergegeven in het volgende citaat: An atmosphere of mutual respect, marked by low key interpretation of the photographer, who evidently has the subjects present themselves. (...) The people are familiar to him, who confide in him at a moment that unites the manifestation of the personality, self forgetfulness and mutual intimacy.
foto (c) Thomas Struth

Geen opmerkingen: