zondag 28 februari 2010
menschen des 20. jahrhunderts
De Duitse fotograaf August Sander (1876-1964) is een inspiratiebron geweest voor veel grote fotografen. Zijn levenswerk is Menschen des 20. Jahrhunderts, dat een encyclopedische serie moest worden van de diverse sociale (beroeps)groepen uit het Duitsland van de 20e eeuw. Zijn seriematige aanpak en cleane, afstandelijke, objectieve manier van fotograferen heeft grote invloed gehad op fotografen en andere kunstenaars.
museaal!
De afgelopen week heb ik er over nagedacht: Wat maakt een portretfoto museaal? Die vraag heb ik in eerste instantie teruggebracht tot: Wat bepaalt het karakter van een portretfoto?
De keuze van de camera (spiegelreflex, middenformaat of technische camera), de lens, de kadrering, het licht (flits of daglicht) scherptediepte, de achtergrond, de houding en blik van het model, het moment en tenslotte de kwaliteit van de afdruk. Maar om de foto's van Struth en Goslinga maar weer als voorbeeld te nemen: Ik geloof niet wanneer je als willekeurige fotograaf de vermelde 'harde' kenmerken van de foto's van die fotografen zou nadoen, je automatisch de museale kwaliteit krijgt. Vergeet het. Daar is meer voor nodig, namelijk de interactie tussen model en fotograaf.
Ik denk dat het museale karakter voor het grootste deel deel daardoor bepaald wordt. Wat over de portretten van Struth werd geschreven, vind ik treffend (maar een beetje hoogdravend) weergegeven in het volgende citaat: An atmosphere of mutual respect, marked by low key interpretation of the photographer, who evidently has the subjects present themselves. (...) The people are familiar to him, who confide in him at a moment that unites the manifestation of the personality, self forgetfulness and mutual intimacy.
De keuze van de camera (spiegelreflex, middenformaat of technische camera), de lens, de kadrering, het licht (flits of daglicht) scherptediepte, de achtergrond, de houding en blik van het model, het moment en tenslotte de kwaliteit van de afdruk. Maar om de foto's van Struth en Goslinga maar weer als voorbeeld te nemen: Ik geloof niet wanneer je als willekeurige fotograaf de vermelde 'harde' kenmerken van de foto's van die fotografen zou nadoen, je automatisch de museale kwaliteit krijgt. Vergeet het. Daar is meer voor nodig, namelijk de interactie tussen model en fotograaf.
Ik denk dat het museale karakter voor het grootste deel deel daardoor bepaald wordt. Wat over de portretten van Struth werd geschreven, vind ik treffend (maar een beetje hoogdravend) weergegeven in het volgende citaat: An atmosphere of mutual respect, marked by low key interpretation of the photographer, who evidently has the subjects present themselves. (...) The people are familiar to him, who confide in him at a moment that unites the manifestation of the personality, self forgetfulness and mutual intimacy.
lullige foto's
Tijdens mijn onderzoek naar het familiebedrijf, kwam ik op de site van Intermediair, het blad waarbij de advertenties hoofdzaak en de artikelen bijzaak zijn. Ik las een kort algemeen verhaal over 2 familiebedrijven. Als illustratie bij dit artikel stonden bijgaande foto's. Enigzins verbaasd over de lulligheid van deze foto's, zag ik naam van de maker: Martijn van de Griendt. Hem kende ik alleen van het boek Fotografen van Nederland, waarin 226 fotografen beschreven worden. In dat boek kom je niet zomaar. Mijn nieuwsgierigheid en google brachten mij naar de website van Martijn. Niks geen lullige foto's, maar prachtige reportages over meestal jongeren en randculturen. Zeer intieme beelden vaak, zodat je de indruk krijgt dat hij echt deel uitmaakt van de groep die hij portretteert. Als kijker verbaas je je vaak over wat je ziet, maar de fotograaf lijkt zich niet te verbazen. Neem de moeite om de slideshow met foto's op zijn website te bekijken. Ik heb ze alle 223 gezien.
http://www.martijnvandegriendt.nl/
foto's (c) Martijn van de Griendt

http://www.martijnvandegriendt.nl/
foto's (c) Martijn van de Griendt
zondag 21 februari 2010
museaal?
Mijn plan en de eerste foto's van de boomkwekerij zijn gisteren tijdens de les besproken met mijn docente en medestudenten. Het plan werd positief ontvangen, maar de belangrijkste vraag is de volgende: De foto's die ik uiteindelijk wil maken zouden van een museale kwaliteit moeten zijn, zoals de beelden van Struth en Goslinga. Museum-waardig dus. Maar dat zijn de eerste foto's van de boomkwekerij niet. Die zijn meer geschikt voor een reportage. Maar wat maakt het verschil en wat zou ik moeten doen om die museale kwaliteit te bereiken? De vraag is ook, of ik wel de fotograaf ben om dat soort beelden te maken. Het feit dat ik Struth's en Goslinga's werk bewonder, wil misschien nog niet zeggen dat ik dat niveau zou kunnen evenaren (op dit moment). Dat ga ik de komende dagen eens onderzoeken.
de boomkwekerij
Het eerste bedrijf waar ik foto's gemaakt heb voor mijn nieuwe project is de boomkwekerij. Jacques (54) heeft al tientallen jaren geleden het bedrijf van zijn vader Jan (wordt vandaag 94) overgenomen, maar 'Jantje' komt nog regelmatig kijken hoe de bomen erbij staan. Hij is niet meer zo goed ter been, maar desondanks pakt hij toch nog vaak een schoffel om wat onkruid weg te werken. Misschien moeilijk te geloven, als je die man ziet op deze foto's. 
Ik heb deze beelden gemaakt om te testen of mijn idee uitpakt, zoals ik het bedoeld heb. In ieder geval ben ik geslaagd in mijn opzet om technisch goede beelden te maken en om op verschillende plaatsen te fotograferen in en rondom het bedrijf. Wat ik achteraf miste, zijn portretten in werksitiuaties en in de privésfeer. Nu heb ik alleen de werkomgeving. Maar ik kan zeker nog een keer terug.
familie en bedrijf
Afgelopen week heb ik het voorstel geschreven voor mijn eigen project. Als werktitel heeft het "familie en bedrijf" meegekregen. Dit is de tekst.
Idee
Ik wil een serie portretten maken van zelfstandige ondernemers, waarbij een van de ouders nog regelmatig bijspringt in de zaak van hun zoon of dochter.
Dit maatschappelijk verschijnsel fascineert mij vanwege de verschillende lagen die in de individuele verhalen aanwezig zijn: De breekbare grens tussen bemoeizucht en hulpvaardigheid, tussen afstand nemen en betrokkenheid tonen. Maar ook de relatie ouder-kind tegenover de relatie baas-knecht.
Dit onderwerp raakt ook actuele thema’s zoals verhoging van de pensioenleeftijd. Maar ook het verschil met vroeger, toen de zorg voor de ouders door de kinderen opgepakt werd, terwijl nu veel ouderen wegkwijnen in een bejaardenflat. De ouderen op mijn foto’s zijn nog actief. Zij voelen zich nuttig en zo dragen ze bij aan het welzijn van zichzelf en van het bedrijf van hun kinderen.
Concept
Een boomkwekerij, een schoenenwinkel, een slijterij en een restaurant. Dat zijn de 4 bedrijven die ik voor ogen heb voor dit project. Allemaal familiebedrijven, waar een vader of moeder van de ondernemer hun kinderen in meer of mindere mate nog steeds bijstaat. Per bedrijf wil ik 3 foto’s maken: een gezamenlijk portret van ouder met volwassen kind op de werkplek en 2 individuele portretten, ook op de werkplek of juist in de privé-sfeer. Ik wil de portretten maken op diverse plaatsen in, om en buiten het bedrijf. Uiteindelijk zal ik een keuze maken voor die 3 beelden die het verhaal dat ik wil vertelen over deze mensen het beste weergeven. Dat verhaal kan een of meer elementen bevatten van de verschillende lagen die ik hiervoor noemde.
Strategie
Bij portretfotografie komt het beeld van de fotograaf zelf, of in ieder geval zijn visie op de geportretteerde, terug in het portret dat hij maakt. De interactie tussen model en fotograaf maakt uiteindelijk het resultaat, de foto. Dat is juist het element dat mij enorm aanspreekt in deze vorm van fotografie. Niet alleen het resultaat van de foto, maar ook het maken ervan krijgt zo een grote waarde voor mijzelf.
De vraag ‘wie ben ik als fotograaf?’ ligt voor mij heel dicht aan tegen de vraag ‘wie ben ik als persoon?’. Gemeende interesse in de andere mens vind ik belangrijk in het leven. Met dit project wil ik die levenshouding ook voor de toeschouwer zichtbaar maken in mijn foto’s.
Als ik een fotograaf als voorbeeld zou moeten nemen, dan is dat Thomas Struth of ook Ringel Goslinga. De mensen op hun foto’s poseren zeer zelfbewust en stralen ook een zekere rust uit. In beide gevallen voel je het vertrouwen dat aan de fotograaf gegeven wordt.
Ik wil hiermee mijn vaardigheden verbeteren in het regisseren van een model in een bepaalde setting, rekening houdend met het doel (verhaal) dat ik mezelf gesteld heb. Daarnaast wil ik de technische kwaliteit van opname en de beeldbewerking perfectioneren.
Uit praktisch oogpunt kies ik als camera niet voor de technische camera, net als Struth en Goslinga, maar voor de digitale spiegelreflex. In mijn vorige portretopdracht heb ik gemerkt dat bij dit soort opnames met een model, waarbij ik niet de mogelijkheid heb om een paar keer terug te komen, ik de ervaring mis om foutloos met analoge camera’s te werken. Vandaar de veilige keuze voor de digitale spiegelreflex. Wat niet wegneemt, dat ik met die camera toch de kwaliteit van de eerdergenoemde fotografen zal nastreven.
Idee
Ik wil een serie portretten maken van zelfstandige ondernemers, waarbij een van de ouders nog regelmatig bijspringt in de zaak van hun zoon of dochter.
Dit maatschappelijk verschijnsel fascineert mij vanwege de verschillende lagen die in de individuele verhalen aanwezig zijn: De breekbare grens tussen bemoeizucht en hulpvaardigheid, tussen afstand nemen en betrokkenheid tonen. Maar ook de relatie ouder-kind tegenover de relatie baas-knecht.
Dit onderwerp raakt ook actuele thema’s zoals verhoging van de pensioenleeftijd. Maar ook het verschil met vroeger, toen de zorg voor de ouders door de kinderen opgepakt werd, terwijl nu veel ouderen wegkwijnen in een bejaardenflat. De ouderen op mijn foto’s zijn nog actief. Zij voelen zich nuttig en zo dragen ze bij aan het welzijn van zichzelf en van het bedrijf van hun kinderen.
Concept
Een boomkwekerij, een schoenenwinkel, een slijterij en een restaurant. Dat zijn de 4 bedrijven die ik voor ogen heb voor dit project. Allemaal familiebedrijven, waar een vader of moeder van de ondernemer hun kinderen in meer of mindere mate nog steeds bijstaat. Per bedrijf wil ik 3 foto’s maken: een gezamenlijk portret van ouder met volwassen kind op de werkplek en 2 individuele portretten, ook op de werkplek of juist in de privé-sfeer. Ik wil de portretten maken op diverse plaatsen in, om en buiten het bedrijf. Uiteindelijk zal ik een keuze maken voor die 3 beelden die het verhaal dat ik wil vertelen over deze mensen het beste weergeven. Dat verhaal kan een of meer elementen bevatten van de verschillende lagen die ik hiervoor noemde.
Strategie
Bij portretfotografie komt het beeld van de fotograaf zelf, of in ieder geval zijn visie op de geportretteerde, terug in het portret dat hij maakt. De interactie tussen model en fotograaf maakt uiteindelijk het resultaat, de foto. Dat is juist het element dat mij enorm aanspreekt in deze vorm van fotografie. Niet alleen het resultaat van de foto, maar ook het maken ervan krijgt zo een grote waarde voor mijzelf.
De vraag ‘wie ben ik als fotograaf?’ ligt voor mij heel dicht aan tegen de vraag ‘wie ben ik als persoon?’. Gemeende interesse in de andere mens vind ik belangrijk in het leven. Met dit project wil ik die levenshouding ook voor de toeschouwer zichtbaar maken in mijn foto’s.
Als ik een fotograaf als voorbeeld zou moeten nemen, dan is dat Thomas Struth of ook Ringel Goslinga. De mensen op hun foto’s poseren zeer zelfbewust en stralen ook een zekere rust uit. In beide gevallen voel je het vertrouwen dat aan de fotograaf gegeven wordt.
Ik wil hiermee mijn vaardigheden verbeteren in het regisseren van een model in een bepaalde setting, rekening houdend met het doel (verhaal) dat ik mezelf gesteld heb. Daarnaast wil ik de technische kwaliteit van opname en de beeldbewerking perfectioneren.
Uit praktisch oogpunt kies ik als camera niet voor de technische camera, net als Struth en Goslinga, maar voor de digitale spiegelreflex. In mijn vorige portretopdracht heb ik gemerkt dat bij dit soort opnames met een model, waarbij ik niet de mogelijkheid heb om een paar keer terug te komen, ik de ervaring mis om foutloos met analoge camera’s te werken. Vandaar de veilige keuze voor de digitale spiegelreflex. Wat niet wegneemt, dat ik met die camera toch de kwaliteit van de eerdergenoemde fotografen zal nastreven.
zondag 14 februari 2010
portretlens
Vorige week heb ik een goede investering gedaan. Ik heb een portretlens aangeschaft, een Canon 50 mm 1.4 usm. Prachtig ding! Met diafragma 1.4 krijg je een hele kleine scherptediepte en een hele mooie vervaging. Jammer dat ik daar niet eerder achter gekomen ben. De eerste uitprobeersels zijn geweldig. Zoals deze hieronder.
zondag 7 februari 2010
verrekte interessant
Vorige week is de aftrap gegeven voor de nieuwe opdracht. De titel van dit blok is "Positiebepaling. Wie ben ik als fotograaf ?" Duidelijk waar het bij deze opdracht over moet gaan. Ook het vorig blok was al gericht op het beschrijven van het fotografisch landschap en jouw positie daarin als fotograaf. Niet eenvoudig, dat kan ik je vertellen. Maar wel heel nuttig, omdat je gedwongen wordt keuzes te maken en concrete uitspraken te doen. Niet dat je jezelf daarmee vastlegt, want zo'n positie kan uiteraard evalueren.
De invulling van deze opdracht is vrij, maar er zijn ook 3 keuze-onderwerpen gegeven voor wie daar behoefte aan heeft. Ik heb gekozen voor de vrije opdracht. Dat betekent dat ik eerst mijn opdracht zal moeten formuleren. Een idee heb ik al: portretten van 2 of 3 gezinnen met een eigen bedrijf waar de opgroeiende kinderen regelmatig meewerken in de zaak, naast hun studie. Ik heb een boomkwekerij en een kleine slagerij op het oog. Misschien nog een derde bedrijf. Vanuit dit idee ga ik een planning maken en onderzoeken welke boodschap ik voor ogen heb en hoe dat door andere fotografen is aangepakt. En welke fotografische middelen kan ik inzetten om mijn verhaal kracht bij te zetten? Het wordt weer verrekte interessant!
De invulling van deze opdracht is vrij, maar er zijn ook 3 keuze-onderwerpen gegeven voor wie daar behoefte aan heeft. Ik heb gekozen voor de vrije opdracht. Dat betekent dat ik eerst mijn opdracht zal moeten formuleren. Een idee heb ik al: portretten van 2 of 3 gezinnen met een eigen bedrijf waar de opgroeiende kinderen regelmatig meewerken in de zaak, naast hun studie. Ik heb een boomkwekerij en een kleine slagerij op het oog. Misschien nog een derde bedrijf. Vanuit dit idee ga ik een planning maken en onderzoeken welke boodschap ik voor ogen heb en hoe dat door andere fotografen is aangepakt. En welke fotografische middelen kan ik inzetten om mijn verhaal kracht bij te zetten? Het wordt weer verrekte interessant!
in scene
Dit weekend werd in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam het weekend van het fotoboek georganiseerd. Met tentoonstellingen, lezingen, workshops en een fotoboekenmarkt. Ik heb gebrast: ik heb er een boek van Gerald van der Kaap uit 2002 gekocht, genaamd Passing the information. Tien euro in de uitverkoop. Een van de foto's uit dit boek zie je hieronder. Deze foto kende ik al langer uit een overzichtsboek over Nederlandse fotografen. Het beeld fascineerde mij, omdat ik me afvroeg of het geënsceneerd was of niet. Prachtig toch, als je zo'n moment ergens zou treffen en ook nog kan vastleggen. Nu ik het boek heb, weet ik dat het inderdaad in scene gezet is. Het boek vertelt een verhaal over een aantal Chinese studentes.
maandag 1 februari 2010
portfolio on line
Een portfolio is het tastbare bewijs van hoe jij je als fotograaf aan de buitenwereld wil presenteren. Als je dat goed leest, begrijp je dat het meer is dan een map met je mooiste foto's. Het is gotsamme je ziel die je blootgeeft... Nou, nou, dat is wel overdreven. Het meer een tijdsopname van je werk, waarvan je vindt dat het jou representeert.
Ik heb mijn portfolio nu ook on line; op deze blog bij het kopje "linx" en dan naar "mijn portfolio" kun je doorlinken.
Ik heb mijn portfolio nu ook on line; op deze blog bij het kopje "linx" en dan naar "mijn portfolio" kun je doorlinken.
Abonneren op:
Posts (Atom)





